DE MODERNE KUNST IN TWENTE BEGON BIJ DE HAANSTRA'S IN GOOR

 

Dagblad Tubantia bij de Haanstratentoonstelling in de Hengelose schouwburg, 27-9-2019, door Herman Haverkate.

Waar is de moderne kunst in Twente begonnen? Kunstenaar Henk Lassche weet het antwoord. "Bij de Haanstra's, aan de Iependijk in Goor." Werken van de vier pioniers uit de kunstenaarsfamilie zijn een jaar lang te zien in de Schouwburg Hengelo.

Hij weet nog precies waar hij zijn eerste Haanstra zag. "Bij Jan Broeze in Markelo", zegt Henk Lassche. Begin jaren 80 was hij daar op bezoek. Broeze, de schilderende boer uit Elsenerbroek, rommelde wat in zijn atelier en liet hem een klein schilderijtje zien. "Een landschap. Heel goed en vrij geschilderd. Het trof me meteen. Folkert Haanstra uit Goor bleek de maker. Theo Wolvecamp had me al eens over hem verteld. Die ouwe Haanstra, zei hij altijd, die is zo vrij in z'n vak: die begint met een stilleven en eindigt met een landschap."

Lassche, zelf kunstenaar, vertelt het met een grote glimlach. Samen met Evelien Snijders, docente beeldende kunst, nam hij het initiatief voor een tentoonstelling over de kunstenaarsfamilie waarvan Folkert Haanstra de vader was. Behalve hijzelf waren drie van zijn vier zoons levenslang gegrepen door de schilderkunst. De vierde, Wim, werd dammer, een passie die ook al met de figuur van zijn vader te maken had. Behalve gepassioneerd schilder was Folkert Haanstra ook oprichter van de damclub in zijn woonplaats Goor [Wim Haanstra werd Nederlands kampioen dammen – red.].

Absoluut een schilder
In de foyer van de Schouwburg hangt het werk van de schilderende Haanstra's een jaar lang bijeen. Onder de ogen van het publiek, precies zoals initiatiefnemer Lassche dat graag ziet. “De moderne kunst in Twente begint bij deze familie in huis, aan de Iependijk in Goor. Ik vind dat mensen dat ergens moeten kunnen zien.”

Alle werken zijn afkomstig uit familiebezit. Folkert senior (1884-1966) is er, maar ook zijn zoons: Johan (1914-1991), Folkert junior (1920-1985) en Bert (1916-1997). "Iedereen kent hem als filmregisseur. Maar kijk eens naar het portret dat hij schildert van zijn vrouw. Als je zoiets kunt maken ben je absoluut een schilder.”

De tentoonstelling over de kunstenaarsfamilie, de belangrijkste in Twente naast de Bolinks en de Kamphuizen in Enschede, zit al heel lang in zijn hoofd. Al 25 jaar beijvert Lassche zich, naast zijn eigen werk, voor de erfenis van zijn voorgangers in het vak.

Liefde ontstaat in de omgeving
"Als ik in Vlaanderen kom, dan zie je in elk dorp wel iets over een kunstenaar uit de streek. Hier, in Twente en Overijssel, mis ik dat volledig. Alsof de wereld hiervoor een donker gat is. Er is geen plek waar je het werk van pioniers als Holtrop, Broeze en ook de Haanstra's kunt zien. Ik vind dat treurig. De liefde voor schilderkunst ontstaat altijd in een omgeving, in een buurt. Dat zet je aan tot denken, biedt inspiratie om op voort te bouwen.”

Over de betekenis van de Haanstra's kan geen misverstand bestaan, vindt Lassche. "Die was groot. Het waren, ieder op hun eigen manier, vernieuwers." Het Twente waar Folkert senior als onderwijzer en schoolhoofd terechtkwam in de jaren rond de Eerste Wereldoorlog was op kunstgebied een niemandsland. "Er was helemaal niks. Wat er op het gebied van moderne kunst gebeurde was heel ver weg.”

Iependijk als trefpunt
Folkert Haanstra kwam uit Amsterdam. De liefde voor schilderkunst nam hij met zich mee. Eerst in Espelo bij Holten, later in Goor. Hij sloeg er ook zelf aan het schilderen, daartoe aangezet door zoon Johan die de Rijksacademie in Amsterdam bezocht. Zijn huis aan de Iependijk werd een trefpunt voor kunstenaars. Jan Broeze kwam er, maar ook Riemko Holtrop en anderen die geïnteresseerd waren in vernieuwing.

"Ik heb enkele van deze mensen gekend. Via hen heb ik gehoord wat er is gebeurd. Hoe ze elkaar in de oorlog troffen en nadachten over wat er na de bevrijding zou gebeuren. Toen die bevrijding eenmaal kwam traden ze ook echt in de openbaarheid. De Nieuwe Groep werd opgericht, één van de eerste kunstenaarsinitiatieven in Nederland na de oorlog. Folkert, de schoolmeester, was voorzitter. Hij deelde schriftjes uit met de reglementen. Heel aandoenlijk, maar het gaat om de manier waarop ze elkaar stimuleerden. Folkert senior kreeg zelfs een expositie in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Voor het eerst werd in Twente iets zichtbaar van de grote vernieuwing die zich in de kunst voltrok.”

In de schouwburg heeft elke Haanstra een eigen wand. Folkert Senior is de meest rauwe. Landschappen en figuren, vereenvoudigd tot krachtige vormen. Zijn oudste zoon Johan was jarenlang docent aan de AKI. Met zijn bijna abstracte landschappen gemaakt na zijn verhuizing naar Friesland gaat hij het verst.

Ontroerend
Folkert junior lijkt bij vlagen op zijn vader, maar is volgens Lassche zachter en poëtischer. Bert ten slotte ontroert met zijn portretten, onder meer van zijn zoon Rimko. "Hij lijkt in de wieg gelegd voor de schilderkunst, maar in 1946 stopt dat abrupt. Fotografie en film worden zijn wereld. Behalve dan bij dit ene portretje. Hij maakte het op Terschelling, toen hij op bezoek was bij Holtrop. Het toont nog eens aan hoe goed hij als schilder was."

Net als de andere leden van de Nieuwe Groep kiezen ook de Haanstra's in de jaren 50 hun eigen weg: Johan in Friesland, Bert in Amsterdam, Folkert junior in Drenthe en Folkert senior in Goor. Maar de familieband en de liefde voor de kunst blijft altijd bestaan. "Ze bleven elkaar opzoeken en inspireren."

Met steun van de grote musea van Overijssel, Drenthe en Friesland hopen Lassche en Snijders volgend jaar een boek over de familie te presenteren, gekoppeld aan een grote expositie bij Hof 88 in Almelo. "Ze zijn het waard, absoluut. Zonder hen had de kunstgeschiedenis van Twente er heel anders uitgezien."

Hengelo, Schouwburg: de expositie is te zien tijdens voorstellingen en in de maand oktober ook op zaterdag, van 12.00-16.00 uur.